Letterkennis: klanken koppelen aan letters
Zodra kinderen begrijpen dat elke letter een klank heeft, spreken we van letterkennis.
De m klinkt als “mmm”, de s als “sss”, de t als “tuh”.
Dit koppelen van klanken aan letters is dé sleutel tot leren lezen: het kind gaat ‘ontcijferen’ wat er op papier staat.
Belangrijkste vaardigheden:
- De klank van afzonderlijke letters kennen
- De klank kunnen koppelen aan het juiste symbool
- Korte klankreeksen kunnen herkennen en uitspreken (bijv. m-a-n = man)
Zo doe je dat via open ended - en sensory play en educatief spel
-
Letterbak met zand of rijst waarin kinderen letters zoeken en de bijhorende klank benoemen.
-
Letters stempelen of rijgen en terwijl de letterklanken verwoorden.
-
Letteratelier waar kinderen letters vormen met klei, stokjes of draad en de klanken hardop zeggen.
De fase van het hakken en plakken
Wanneer de letterkennis groeit, leert het kind letters samenvoegen tot woorden (ook wel decoderen genoemd). Zodra kinderen basis letter–klankkennis hebben, zorgt veel herhaalde, betekenisvolle oefening ervoor dat ze vloeiender worden, en speelt spel een rol in motivatie en contextualisatie. (MDPI)
Ze leren vaak om het woord te “hakken” in losse klanken en daarna weer aan elkaar te “plakken” k-a-t wordt kat. Sommige kinderen blijven in het hakken en komen moeilijker tot plakken. Hierbij kunnen strategieën zoals zoemen helpen. Hierbij gaan ze letter per letter aan elkaar zoemen.
Belangrijkste vaardigheden:
- Klanken kunnen samenvoegen tot woorden
- Herkennen van korte, eenvoudige woorden
- Vertrouwen opbouwen in het zelf kunnen lezen
Spelenderwijs oefenen helpt. Laat kinderen woorden leggen met magnetische letters, of lees samen boekjes met korte, voorspelbare tekst.
Zo doe je dat via open ended play, sensory play en educatief play:
-
Construction words: geef blokken met letters erop. Kinderen bouwen met letters en lezen de korte woorden die ze bouwen. Laat ze daarna een verhaaltje maken met hun woorden.
-
Spelletjes met kaarten: memory-achtigen met CVC-woorden (kat, bus). Laat hen bij een prent de juiste woorden vormen met de letters.
De fase van het vloeiend lezen en begrijpen
Wanneer het technisch lezen op gang is, komt de volgende stap: begrijpend lezen.
Het kind leest niet alleen de woorden, maar begrijpt wat het leest. De focus verschuift van “Hoe spreek ik dit woord uit?” naar “Wat betekent het eigenlijk?”
Vanaf hier groeit een kind verder in tempo, woordenschat en tekstbegrip en opent zich een wereld vol verhalen, kennis en fantasie. Het is belangrijk om als begeleider vaak het begrip af te toetsen door actief vragen te stellen over wat ze net gelezen hebben. Dit kan aan de hand van simpele W-vraagjes. Over wie ging dit nu? Wat deed die dan? Waarom zouden ze dat nu doen? Als je merkt dat ze hier niet kunnen op antwoorden, lees het dan even voor. Kijk of ze dan op je vragen kunnen antwoorden. Je kan hen ook zelf opnieuw laten lezen en gericht naar het antwoord op je vraag laten zoeken.
Belangrijkste vaardigheden:
- Vlot woorden lezen zonder te hoeven hakken en plakken
- De betekenis van zinnen en verhalen begrijpen
- Plezier beleven aan lezen
Zo doe je dat via open ended play, sensory play en educatief play:
-
Gebruik AVI groeiboeken
-
Zorg voor leuke prentenboeken waarbij je tekst blijft linken aan visuele prikkels. (Dual coding). Dit helpt het begrijpend lezen.
Lezen leren is geen sprint, maar een groeiproces. Elk kind heeft zijn eigen tempo. Wat het meest helpt? Een rijke taalomgeving, veel voorlezen en positieve ervaringen met letters en boeken.