Kinderen van 5-6 jaar zitten in de differentiatiefase/expansiefase van taalontwikkeling. Op deze leeftijd gebruiken ze meer complexe zinnen, kunnen verhalen navertellen, vragen stellen en hun gevoelens uitdrukken. Ze leren taal functioneel en creatief te gebruiken: om te spelen, te leren en relaties op te bouwen.
Taaluitlokking in dagelijkse situaties
Ook in dagelijkse routines zijn er nog steeds veel kansen om taal uit te lokken en uit te breiden:
-
Ochtend- of avondroutine: benoem handelingen en gevoelens, stel vragen die uitnodigen tot langere antwoorden: “Wat doe je eerst, tandenpoetsen of aankleden?”, “Voelt je trui zacht of kriebelig?”
-
Klaarmaken voor school: laat keuzes maken (“Wil je de blauwe of rode jas?”) en benoem acties (“Je doet je jas aan, knoopje dicht”).
-
Samen koken of eten: stimuleer beschrijvende taal: “Wat proef je?”, “Wat ruik je?”, “Wat gebeurt er als je roert?”
-
Bedtijd: herhaal woorden, benoem gevoelens en vraag naar belevenissen: “Wat vond je leuk vandaag?”, “Wat ga je dromen?”
Deze momenten zijn ideaal om taal direct aan ervaringen te koppelen, zodat woorden betekenis krijgen.
Taaluitlokking in spelsituaties
Open-ended play: laat kinderen verhalen en scenario’s bedenken met speelgoed, bouwsels, knuffels, poppen, auto’s of verkleedkleren.
Voorbeelden:
-
Een kind zegt: “De prinses gaat op avontuur.” → Jij breidt uit: “Oh ja, en ze neemt de eenhoorn mee!"
-
Samen een fantasiewereld bouwen met blokken of voertuigen en er scènes bij bedenken.
Open-ended play stimuleert taal door initiatieven van het kind te volgen en te modelleren, en leert kinderen woorden en zinnen gebruiken om hun ideeën uit te drukken.
Sensory play: kan nu creatief en veelzijdig zijn, met materiaal dat zowel voelt als geluid maakt:
-
Klei of playdough met reliëf en vormpjes
-
Materialen met verschillende structuren of geluid: ribbels, glans, zacht/hard, krakend
Door te benoemen wat het kind voelt of hoort (“Ruw papier kneden!”, “Zachte klei! Maak een bal!”, "zoek in de bak naar alle paddenstoelen") koppelt het kind taal aan ervaring en oefent het korte zinnen, beschrijvingen en verklaringen. Je kan hier ook meer en meer opdrachtbegrip aan koppelen. Denk hierbij aan enkelvoudige opdrachten en bouw dit stelselmatig op richting meervoudige opdrachten.
Educatief spel: dit wordt complexer en combineren probleemoplossing, geheugen, taal en voorbereidende vaardigheden
-
Puzzels met meerdere stappen of thema’s
-
Memory of matchingspelletjes met woorden en afbeeldingen
-
Creatieve opdrachten: verhaal verzinnen bij afbeeldingen, een stripverhaal maken
-
Letterherkenning - voorbereidende lees- en schrijfvaardigheden
-
Cijferherkenning - voorbereidende rekenvaardigheden
Zo doe je dat :
-
Volg het initiatief van het kind en reageer op wat het zegt of doet.
-
Benoem wat het kind ziet, voelt of doet en breid uit naar langere zinnen.
-
Stel open vragen die uitnodigen tot langere antwoorden: “Wat gebeurt er daarna?”, “Waarom deed je dat?”
-
Gebruik sensorisch materiaal om taal te koppelen aan gevoel, beweging en geluid: zacht, ruw, krak, bol, glad.
-
Moedig kinderen aan om verhalen, redeneringen en instructies te vertellen tijdens spel en dagelijkse situaties.
-
Herhaal woorden en zinnen, breid uit en verbind taal aan acties, gevoelens en materialen.
-
Laat kinderen keuzes maken en begeleid taalgebruik bij sociale interacties, bijvoorbeeld beurtwisseling en uitleggen.
-
Stimuleer fantasie en creativiteit door open-ended play en educatief spel te combineren.
-
Maak gebruik van interactieve prentenboeken, vertelpuzzels, tel- en rekenspelletjes.